Maakt het uit in welke stand ik een gasveer monteer? Andersom kan namelijk ook.

De behuizing van een gasveer (het ‘dikke’ gedeelte van de gasveer) is gevuld met stikstofgas. Dat stikstofgas is er onder hoge druk ingeperst. Hoe hoger deze druk, des te groter de kracht is waarmee de zuigerstang (het ‘dunne’ gedeelte van de gasveer) uit de behuizing wil schuiven. Om ervoor te zorgen dat er geen stikstofgas ontsnapt, terwijl de zuigerstang in- en uitschuift, schuift de zuigerstang aan het einde van de behuizing door een afdichting die de zuigerstang strak omsluit. Behalve stikstofgas bevindt er zich in de behuizing ook een beetje olie. Die olie zorgt voor extra demping op ’t moment voordat de zuigerstang zijn uiterste posities (geheel ‘in’ of geheel ‘uit’) bereikt. Maar die olie heeft nog een ander doel. Namelijk het soepel en gesmeerd houden van de afdichting zodat deze beter rond de zuigerstang afdicht en de zuigerstang met minder wrijving (gesmeerd) in- en uit kan schuiven. De stand van de gasveer, op een klep bijvoorbeeld, is bij een geopende klep anders dan bij een gesloten klep.
Bij de achterklep van de auto keert de positie van de gemonteerde gasveer zelfs bijna geheel om. Daarom moeten we bij het plaatsen van een gasveer er dus op letten dat het beetje olie dat in de behuizing zit, vanzelf naar de afdichting zal vloeien in de situatie waarin de gasveer zich meestal zal bevinden (situatie klep ‘open’ of klep ‘dicht’).

Posted in: Algemeen